Janneke en trekpaard
Fysiotherapie voor paarden

Net zoals bij honden of katten, kunnen paarden ook last hebben van trauma’s, aangeboren aandoeningen of afwijkingen. Bij paarden komen veel klachten voort uit overbelasting of verkeerd belasten, vaak door de manier waarop we hen berijden.

Of het nu gaat om sportpaarden, recreatiepaarden of zelfs oudere paarden die minder actief zijn, fysiotherapie speelt een belangrijke rol in het behoud van hun mobiliteit en gezondheid. Door intensieve training, zware belasting of de natuurlijke veroudering, kunnen paarden een breed scala aan lichamelijke klachten ontwikkelen. Dit kan niet alleen de prestaties beïnvloeden, maar ook leiden tot chronische pijn.

Veelvoorkomende aandoeningen bij paarden

Fysiotherapie kan helpen bij het herstel van veelvoorkomende aandoeningen, zoals:

  • Spier- en gewrichtsblessures: bijvoorbeeld peesblessures, overbelasting van spieren, artrose
  • Kreupelheid: door blessure of overbelasting van de spieren of gewrichten, met name in de wervelkolom
  • Klachten door een slecht passend zadel
  • Verkeerde houding of asymmetrie: vaak als gevolg van onjuiste ruiterhulpen of ongelijke belasting
  • Herstel na operaties of trauma’s: bijvoorbeeld na een blessure of operatie
  • Veroudering: bij oudere paarden die last hebben van stijve gewrichten of verminderde mobiliteit

Hoe kan fysiotherapie helpen?
Fysiotherapie kan bijdragen aan:

  • Het verbeteren van mobiliteit, flexibiliteit en stabiliteit
  • Het versterken van de spieren en het verbeteren van de houding
  • Het verlichten van pijn en stijfheid
  • Het bevorderen van herstel na blessures of operaties en het verhelpen van compensatieklachten
  • Het voorkomen van blessures en het verbeteren van prestaties door preventieve zorg
  • Advies en tips om de belastbaarheid van je paard te verbeteren
Janneke en paard

Wat kunt u merken aan uw paard?

Er zijn verschillende gedragingen die kunnen wijzen op lichamelijke klachten:

  • Veranderingen in het rijgedrag: bijvoorbeeld het weigeren van bepaalde gangen (zoals galopperen) of verminderde flexibiliteit
  • Kreupelheid of stijfheid bij het bewegen
  • Gedragsveranderingen zoals prikkelbaarheid, onrust of vermijdend gedrag
  • Moeite met het maken van bochten of het volgen van een rechte lijn
  • Spanning of gevoeligheid in de spieren, vooral na inspanning